|
Anti-discriminatiebepalingen in het Wetboek van Strafrecht
Misdrijven: artikel 137c - 137g
Wetboek van Strafrecht
Artikel 137c
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. Artikel 137d Artikel 137e
1. Hij die, anders
dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving:
wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde
categorie.
2. Indien de
schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in dit artikel, in
zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het feit, nog geen vijf
jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige
wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van
de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 137f
Artikel 137g
Hij die, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf personen opzettelijk discrimineert wegens hun ras, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. |
|
Artikel 429quater |
| Bovenstaande teksten (op 11 februari 2002 ontleend aan de Wettenbank van overheid.nl) zijn bedoeld als achtergrondinformatie bij berichtgeving over anti-discriminatiewetgeving. De redactie van deze site staat niet in voor de volledigheid en actualiteit. Zij wijst op de thans bij de Staten-Generaal aanhangige wetsvoorstellen 27792 (ophoging van de strafmaat bij structurele vormen van discriminatie) en 28221 (strafbaarstelling discriminatie op grond van handicap). Bij toepassing van de regelgeving dient men gebruik te maken van officiële teksten. |