| [...]
Fiche 8: Kaderbesluit bestrijding racisme en
vreemdelingenhaat
Titel:
Voorstel voor een kaderbesluit van de raad betreffende de bestrijding van
racisme en vreemdelingenhaat
Datum raadsdocument: 4 december 2001
nr. Raadsdocument: 14904/01
nr. Commissiedocument:
COM(2001)664 def
Eerstverantwoordelijke ministerie: JUST i.o.m. BZK, BZ, SZW
Behandelingstraject in Brussel:
Behandeling zal waarschijnlijk plaatsvinden in de werkgroep materieel
strafrecht
Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): N.v.t.
Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:
Doel van het voorstel is te voorzien in verplichtingen voor alle lidstaten
om racistische en xenofobe gedragingen strafbaar te stellen overeenkomstig
daartoe in het ontwerp-kaderbesluit opgenomen omschrijvingen en deze
gedragingen te bedreigen met doeltreffende, evenredige en afschrikkende
sancties.
Voorts bevat het voorstel bepalingen met betrekking tot de aansprakelijkheid
en bestraffing van rechtspersonen, alsmede ten behoeve van de justitiële
samenwerking regels met betrekking tot het uitoefenen van rechtsmacht, het
instellen van vervolging, de uitlevering en de uitwisseling van informatie.
In de considerans van het voorstel wordt als één van de redenen voor de
opstelling ervan aangegeven dat alle lidstaten weliswaar wetgeving hebben
waarin racisme wordt verboden, maar dat de werkingssfeer en inhoud van de
wetgeving nog steeds verschillen. Daarnaast wordt in diverse Europese
instrumenten aangedrongen op maatregelen op het gebied van de aanpak van
racisme en vreemdelingenhaat. Volgens de Commissie is het derhalve tijd om
op dit terrein te komen tot een nadere onderlinge afstemming van
strafrechtelijke bepalingen.
Rechtsbasis van het voorstel:
Artikelen 29, 31 en 34, lid 2, onder b, VEU (besluitvorming bij unanimiteit)
Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:
Subsidiariteit en proportionaliteit: positief. De aanpak van racisme en
vreemdelingenhaat wordt aangemerkt als een middel om de doelstelling van de
EU te verwezenlijken, namelijk de burgers in een ruimte van vrijheid,
veiligheid en rechtvaardigheid een hoog niveau van zekerheid te verschaffen.
Die doelstelling moet volgens artikel 29 VEU waar nodig worden bereikt door
onderlinge aanpassing van strafbaarstellingen en nauwere samenwerking tussen
justitiële en andere bevoegde autoriteiten. Het voorstel beoogt hieraan
tegemoet te komen en valt als zodanig positief te waarderen. Als belangrijke
kanttekening dient echter te worden aangemerkt het feit dat de antwoorden
van de lidstaten op de vragenlijst over de uitvoering van het
gemeenschappelijk optreden ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat
van 1996 niet lijken te noodzaken tot onderhavig voorstel voor een
kaderbesluit. Daarnaast is van belang dat een tweede evaluatie over de
uitvoering van het genoemde gemeenschappelijk optreden nog niet is afgerond.
Deze kanttekening in aanmerking genomen is het wel de doelstelling te
streven naar totstandkoming van een kaderbesluit.
Nederlandse belangen:
De regering is van mening dat onderlinge afstemming van de binnen de EU
gehanteerde strafbaarstellingen een bijdrage kan leveren aan de
strafrechtelijke aanpak van racisme en vreemdelingenhaat, in het bijzonder
met het oog op de internationale samenwerking in strafzaken. Zoals onder 10
a) aangegeven beoogt het kaderbesluit daarin te voorzien. Ondanks een
positieve grondhouding van Nederland ten opzichte van dit initiatief zijn
kanttekeningen te maken bij de huidige tekst van het voorstel. Zo behoeven
bepalingen een preciezere formulering en/of nadere toelichting omtrent de
achtergrond daarvan. Ook alsdan dient nog nader te worden bezien of zij voor
Nederland aanvaardbaar zijn. Hierbij moet worden gedacht aan de bepalingen
met betrekking tot definities, de hoogte van het strafmaximum, de reikwijdte
van strafbaar te stellen gedragingen en de voorstellen voor strafverzwarende
omstandigheden.
Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden
(betrokkenheid IPO/VNG)
De tekst zoals die thans luidt lijkt te leiden tot enige aanpassing van
strafwetgeving.
Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Raadplegingsprocedure
|