Fiche over nieuw voorstel Europese Commissie voor een Kaderbesluit bestrijding racisme en vreemdelingenhaat

Knipsel uit brief d.d. 7 februari 2002  van de Minister van Buitenlandse Zaken aan Voorzitter Algemene Commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer

Aan de Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG DIE
Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Datum 7 februari 2002 Auteur M.Th. Crucq
Kenmerk DIE-55/02 Telefoon 070 348 48 76
Blad /2 Fax 070 348 40 86
Bijlage(n) 8 E-mail die-in@minbuza.nl
Betreft Informatievoorziening aan de Tweede Kamer over nieuwe Commissievoorstellen

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij acht fiches aan te bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):
 

[...]

Fiche 8: Kaderbesluit bestrijding racisme en vreemdelingenhaat

Titel:

Voorstel voor een kaderbesluit van de raad betreffende de bestrijding van
racisme en vreemdelingenhaat

Datum raadsdocument:  4 december 2001

nr. Raadsdocument:  14904/01

nr. Commissiedocument:  COM(2001)664 def

Eerstverantwoordelijke ministerie:  JUST i.o.m. BZK, BZ, SZW

Behandelingstraject in Brussel:

Behandeling zal waarschijnlijk plaatsvinden in de werkgroep materieel
strafrecht

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): N.v.t.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Doel van het voorstel is te voorzien in verplichtingen voor alle lidstaten
om racistische en xenofobe gedragingen strafbaar te stellen overeenkomstig
daartoe in het ontwerp-kaderbesluit opgenomen omschrijvingen en deze
gedragingen te bedreigen met doeltreffende, evenredige en afschrikkende
sancties.

Voorts bevat het voorstel bepalingen met betrekking tot de aansprakelijkheid
en bestraffing van rechtspersonen, alsmede ten behoeve van de justitiële
samenwerking regels met betrekking tot het uitoefenen van rechtsmacht, het
instellen van vervolging, de uitlevering en de uitwisseling van informatie.

In de considerans van het voorstel wordt als één van de redenen voor de
opstelling ervan aangegeven dat alle lidstaten weliswaar wetgeving hebben
waarin racisme wordt verboden, maar dat de werkingssfeer en inhoud van de
wetgeving nog steeds verschillen. Daarnaast wordt in diverse Europese
instrumenten aangedrongen op maatregelen op het gebied van de aanpak van
racisme en vreemdelingenhaat. Volgens de Commissie is het derhalve tijd om
op dit terrein te komen tot een nadere onderlinge afstemming van
strafrechtelijke bepalingen.

Rechtsbasis van het voorstel:

Artikelen 29, 31 en 34, lid 2, onder b, VEU (besluitvorming bij unanimiteit)

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:

Subsidiariteit en proportionaliteit: positief. De aanpak van racisme en
vreemdelingenhaat wordt aangemerkt als een middel om de doelstelling van de
EU te verwezenlijken, namelijk de burgers in een ruimte van vrijheid,
veiligheid en rechtvaardigheid een hoog niveau van zekerheid te verschaffen.
Die doelstelling moet volgens artikel 29 VEU waar nodig worden bereikt door
onderlinge aanpassing van strafbaarstellingen en nauwere samenwerking tussen
justitiële en andere bevoegde autoriteiten. Het voorstel beoogt hieraan
tegemoet te komen en valt als zodanig positief te waarderen. Als belangrijke
kanttekening dient echter te worden aangemerkt het feit dat de antwoorden
van de lidstaten op de vragenlijst over de uitvoering van het
gemeenschappelijk optreden ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat
van 1996 niet lijken te noodzaken tot onderhavig voorstel voor een
kaderbesluit. Daarnaast is van belang dat een tweede evaluatie over de
uitvoering van het genoemde gemeenschappelijk optreden nog niet is afgerond.
Deze kanttekening in aanmerking genomen is het wel de doelstelling te
streven naar totstandkoming van een kaderbesluit.

Nederlandse belangen:

De regering is van mening dat onderlinge afstemming van de binnen de EU
gehanteerde strafbaarstellingen een bijdrage kan leveren aan de
strafrechtelijke aanpak van racisme en vreemdelingenhaat, in het bijzonder
met het oog op de internationale samenwerking in strafzaken. Zoals onder 10
a) aangegeven beoogt het kaderbesluit daarin te voorzien. Ondanks een
positieve grondhouding van Nederland ten opzichte van dit initiatief zijn
kanttekeningen te maken bij de huidige tekst van het voorstel. Zo behoeven
bepalingen een preciezere formulering en/of nadere toelichting omtrent de
achtergrond daarvan. Ook alsdan dient nog nader te worden bezien of zij voor
Nederland aanvaardbaar zijn. Hierbij moet worden gedacht aan de bepalingen
met betrekking tot definities, de hoogte van het strafmaximum, de reikwijdte
van strafbaar te stellen gedragingen en de voorstellen voor strafverzwarende
omstandigheden.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden
(betrokkenheid IPO/VNG)

De tekst zoals die thans luidt lijkt te leiden tot enige aanpassing van
strafwetgeving.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Raadplegingsprocedure