|
DOSSIER 016 - VOORKEURSBEHANDELING VOOR MANNELIJKE MEDISCH STUDENTEN
Ter gelegenheid van haar oratie op 25 april 2007 als hoogleraar medische onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht gaf mevrouw prof. dr. Gerda Croiset een aantal interviews. Daarin spreekt zij onder andere over het toelatingsbeleid bij de mede door haar opgezette masteropleiding voor studenten die een bachelor in de biomedische wetenschappen hebben en die zich willen ontwikkelen tot arts en klinisch onderzoeker (SUMMA, Selective Utrecht Medical Master): 'Bij de SUMMA hebben we besloten om bij de selectie van studenten bij gelijke geschiktheid mannelijke kandidaten de voorkeur te geven om tot een evenwichtige verdeling te komen' (Ublad, 26 april 2007).
In dit dossiertje verzamelen wij informatie over deze voorkeursbehandeling. Zie onder de blokjes
-
nieuws (interviews prof. Croiset, reacties)
-
-
-
In elk blokje staan de meest recente items bovenaan. |
|
NIEUWS (meest recente items bovenaan)
|
|
- Voorkeursbeleid voor mannen ? (Opzij, juni 2007). In de rubriek 'De Strijdbijl' is de volgende kwestie aan de orde: 'De voortschrijdende feminisering van het beroep arts stemt tot nadenken', zei hoogleraar Gerda Croiset in haar oratie. Moeten we ons inderdaad zorgen maken nu 70 procent van de medicijnstudenten vrouw is ? Moeten mannen nu de voorkeur krijgen ?' Het antwoord 'Ja' wordt gegeven door Gerda Croiset, hoogleraar medische onderwijskunde. Het antwoord 'Nee' komt van Toine Lagro-Janssen, hoogleraar huisartsengeneeskunde en huisarts.
|
 |
- Vereniging Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA): geen tekort aan mannelijke artsen (geneeskundestudent.nl, 11 mei 2007). Volgens Patricia Assmann, voorzitter van de Vereniging Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA), ontstaat er voorlopig geen tekort aan mannelijke artsen. Ook klopt het niet dat het aanzien van het beroep daalt omdat vrouwen het van anders invullen en vaker in deeltijd werken.
Assmann reageert hiermee op uitspraken die Gerda Croiset, hoogleraar medische onderwijskunde in het UMC Utrecht, onlangs in de NRC deed. Volgens Croiset worden te veel meisjes tegenwoordig arts en daalt daardoor het aanzien van het beroep. Daarom wil ze dat bij de toelating tot een nieuwe medische masteropleiding bij gelijke geschiktheid de voorkeur aan mannen wordt gegeven. “Volgens de schattingen van het Capaciteitsorgaan zal er met het huidige aandeel vrouwelijke studenten van 70 procent zelfs in 2020 nog geen meerderheid aan vrouwelijke artsen zijn. In 2020 is 57 procent van de huisartsen vrouw en van de medisch specialisten 46 procent. Het aantal vrouwen zal nog steeds in de minderheid zijn, omdat het aantal medisch specialisten in absolute zin groter is. We moeten vooral stimuleren dat de studie van vrouwelijke artsen goed benut wordt. Voorwaarden daarvoor zijn goede regelingen bij zwangerschap en flexibele vervolgopleidingen en werktijden”, reageert Assmann. |
 |
|
|
 |
- Niemand is gebaat bij een excuus Guus als arts (NRC-Handelsblad, 9 mei 2007 - Opiniepagina, Brieven). Bijdragen van dr. Marlies Ott (programmadirecteur Erasmus Centrum voor Management Development in de Zorg), W. P. J. van Oosterhout (Voorzitter KNMG Studentenplatform) en Jos Geerdink (arts in Rotterdam).
|
 |
- Hoogleraar bang voor mannentekort bij geneeskunde (Ublad online, 26 april 2007). De scheve verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke studenten in de geneeskundeopleiding heeft onmiddellijke aandacht nodig. Dat stelde de nieuwe hoogleraar medisch onderwijs Gerda Croiset woensdag in haar oratie. Deze week is een interview met haar te lezen in het Ublad.
|
 |
- Xander Bronkhorst: Interview | Gerda Croiset (Ublad online, 26 april 2007). Zij hield deze week haar oratie als hoogleraar medisch onderwijs. Zij is ook voorzitter van de onderwijsadviescommissie. [Citaat:] [...] Iets anders dat tot nadenken stemt is de feminisering van het artsenberoep. De opleiding geneeskunde kent op dit moment zeventig procent vrouwelijke studenten. Als die trend zich doorzet, hebben we straks een gezondheidszorg met voornamelijk vrouwelijke dokters. Dat lijkt me ook voor de patiënten een onwenselijke situatie, zeker in onze multiculturele samenleving. De een heeft liever een vrouw aan het bed, de ander een man. Het moet straks niet zo zijn dat de verdeling zo scheef is dat mannen niet eens meer kiezen voor geneeskunde.
Je zou je kunnen afvragen of er bij de toelating tot de studie geneeskunde niet sprake is van biologische discriminatie. Meisjes halen hogere cijfers op het vwo en zijn daardoor in het voordeel. Er is sprake van gewogen loting en met een 8 of hoger als gemiddeld cijfer word je automatisch toegelaten. Maar uit neurowetenschappelijk onderzoek blijkt dat mannen op 18-jarige leeftijd qua hersenontwikkeling achterlopen bij vrouwen. En op het University College is geconconstateerd dat verschillen die er bij aankomst zijn, tijdens de studie verdwijnen. Bij de SUMMA hebben we besloten om bij de selectie van studenten bij gelijke geschiktheid mannelijke kandidaten de voorkeur te geven om tot een evenwichtige verdeling te komen [...] |
 |
- Jannetje Koelewijn: Bij gelijke geschiktheid liever een jongen. Hoogleraar Gerda Croiset vindt het onwenselijk dat veel meer meisjes dan jongens geneeskunde studeren (NRC-Handelsblad, 25 april 2007). Het is niet goed dat er maar zo weinig jongens nog arts worden, zegt de Utrechtse hoogleraar Gerda Croiset vandaag in haar oratie. Jongens worden 'biologisch gediscrimineerd'. Gerda Croiset (50), net benoemd tot hoogleraar medische onderwijskunde in het UMC Utrecht, heeft twee zoons, 11 en 13. De oudste zit op het gymnasium en hij doet het daar goed. Maar de meisjes in zijn klas doen het beter. 'Als ik er wat over zeg, dan zegt hij: ja, die zitten altijd te leren.' Hij niet.
|
 |
|
|
|
|
|
|
JURIDISCHE ASPECTEN | Is deze wijze van selecteren van studenten toelaatbaar ? (Meest recente items bovenaan)
- De redactie van deze website gelijkebehandeling.nl tekent aan: uiteindelijk is dit een morele vraag, waar ieder dus haar of zijn eigen antwoord op kan geven. Binnen de Nederlandse rechtsorde is er momenteel echter maar één antwoord: de wijze van selecteren als hier aan de orde is verboden. Uiteraard lichten we dat toe:
- in de Nederlandse Algemene wet gelijke behandeling (Awgb; link hersteld) verbiedt artikel 7 onderscheid o.a. op grond van geslacht '[...] bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, alsmede bij het geven van loopbaanoriëntatie en advies of voorlichting over school- of beroepskeuze, indien dit geschiedt: [...] c. door instellingen die werkzaam zijn op het gebied van volkshuisvesting, welzijn, gezondheidszorg, cultuur of onderwijs''. Het gaat bij het voornemen van prof. Croiset (en daarmee van de Universiteit Utrecht) om direct onderscheid, dus er zijn op deze hoofdregel geen uitzonderingen. De uitzondering in artikel 2, derde lid, Awgb (positieve actie) kan niet van toepassing zijn, want deze geldt uitsluitend voor vrouwen en personen uit een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep.
- voor de totstandkoming van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb; 1994) kende Nederland al een Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB M/V). De Awgb bepaalt in artikel 4 dat zij deze wet onverlet laat. Voor de SUMMA-casus betekent dit, dat nog een ander wetsartikel van toepassing is: artikel 4, eerste lid, van de WGB m/v luidt als volgt: 'De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding of cursus voor bijscholing of omscholing onder welke benaming dan ook in stand houdt, dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een examen verband houdend met de hiervoor bedoelde opleidingen of cursussen afneemt, mag bij de toelating tot en de behandeling binnen de opleiding, dan wel bij het afnemen van het examen, geen onderscheid maken noch ten aanzien van de criteria noch ten aanzien van de niveaus'. In het tweede lid wordt een uitzondering gemaakt voor instellingen van bijzonder onderwijs. Die uitzondering is niet van toepassing op de SUMMA-casus (de Universiteit Utrecht verzorgt in samenwerking met het UMC openbaar onderwijs). En de clausulering is van dien aard dat ook een instelling van bijzonder onderwijs niet mag wat men bij SUMMA voornemens is, maar in dit verband hoeven we dit niet verder uit te werken.
|
|
- Deze materie kwam in essentie eerder aan de orde en wel in de procedure die de Stichting Openbaar Feministerie (StOF) in 1991 aanspande tegen de Stichting Hotelschool Den Haag. Deze school kreeg begin jaren negentig beduidend meer aanmeldingen van vrouwelijke dan van mannelijke aspirant-studenten. Bij de toelating voerde zij een fifty-fifty beleid. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde in 1992 dat hier sprake was van 'een schoolvoorbeeld van discriminatie' en verbood de Hotelschool voortaan onderscheid tussen mannen en vrouwen te maken. Zie Gerechtshof Den Haag 27 oktober 1992 (database vrouwenrecht.nl).
|
 |
EERDERE DISCUSSIES over dit onderwerp (meest recente items bovenaan)
[2004] Professor Haalboom stelt meisjesstop bij geneeskunde voor |
|
- Monique Valentijn, Sabine Roza en Joris Rijken, namens het KNMG Studentenplatform: Artsentekort (U blad online, 18 november 2004).Prof.dr. Jeen Haalboom besteedt in zijn oratie aandacht aan het artsentekort (Ublad 4 november). Haalboom wil optimaal gebruik maken van het aantal beschikbare opleidingsplaatsen. Die doelstelling onderschrijven wij. Zijn stelling echter dat het percentage vrouwelijke geneeskundestudenten (70%) deze doelstelling in gevaar brengt, delen we niet. Om te beginnen zetten wij grote vraagtekens bij het zeer hoge uitvalpercentage dat Haalboom noemt. Op basis van cijfers van het Capaciteitsorgaan is dit cijfer eenvoudig onmogelijk.
|
 |
|
|
 |
- Phil Heiligers: Seksediscriminatie aan de poort ? (Ublad online, 11 november 2005). De stellingname van prof. dr. J. Haalboom in het Ublad van vorige week om het artsenberoep te behoeden voor deeltijders door vrouwen van de studie te weren, is niet van deze tijd. Dat zegt Phil Heiligers, medewerker bij de sociale faculteit. In de eerste plaats is de behoefte om de omvang van de werkweek terug te brengen tot een acceptabel niveau ook onder het merendeel van de mannelijke artsen groot. Deeltijd werken roept het beeld op van halve dagen en halve weken, terwijl de deeltijdarts gemiddeld 3,5 tot 4 dagen werkt en meestal hele dagen aanwezig is. Daarnaast hebben de laatste jaren steeds meer maatschappen gekozen voor 4-daagse patiëntenzorg en de vijfde dag van de week is voor iedereen vrij geroosterd voor andere activiteiten.
|
 |
- Meer jongens in plaats van meisjes toelaten tot geneeskunde (U-blad online, 5 november 2004). In zijn oratie van 27 oktober jongstleden vraagt Jeen Haalboom zich af hoe het artsentekort is terug te brengen zonder het aantal opleidingsplaatsen te vergroten. Hij stelt onder meer voor om minder meisjes en meer jongens toe te laten tot de opleidingen. Want, zegt Haalboom, meisjes stoppen eerder met werken en willen vaker dan jongens parttime werken. Een opmerking als deze schreeuwt om reacties, maar eerst mag Haalboom zijn idee toelichten.
|
 |
- Beperk aantal vrouwelijke geneeskundestudenten (U-blad online, 3 november 2004). Om een halt toe te roepen aan het artsentekort in ons land moeten minder meisjes en meer jongens tot de geneeskundestudie worden toegelaten. Ook moeten artsen een aantal jaren na hun afstuderen verplicht full-time werken.
|
 |
| [Jaren negentig] Bouwkunde |
|
- Carel Weeber: Meisjesstop (Technische Universiteit Delft, Delta, 30 november 2000, jaargang 32, nr. 37). [Hieruit:] Zo herinner ik me een president curator (een of andere Shell-figuur) die zich flink ergerde aan Bouwkunde. Hij vond dat er te veel meisjes studeerden en overwoog een meisjesstop. Die hoorden niet op een Technische Hogeschool.
|
 |
ANDERE INFORMATIE OVER M/V-VERSCHILLEN IN HET HOGER EN WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS (meest recente items bovenaan)
M/V-verschillen in studiesucces |
|
- Universiteiten willen meer studiesucces in bachelorsfase (Vereniging van Universiteiten VSNU, 8 juni 2007). Uit de nulmeting studierendement bachelorstudenten blijkt: In het eerste studiejaar verdwijnt ongeveer 10 procent van de studenten uit het WO. In alle hierop volgende jaren is het percentage uitvallers bij elkaar opgeteld nog eens even groot. Het is opvallend dat vrouwen sneller en succesvoller studeren dan mannen. De universiteiten gaan het onderwijs meer toesnijden op de behoeften van de studenten.
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|